Wat te weten over je tennismateriaal ?

Tennisuitrusting
Ook de keuze van je tennismateriaal kan blessures voorkomen. Denk dan aan zaken als je tennisracket, tennisschoenen en sportkleding. Belangrijk is het om je goed te laten voorlichten. Welke tennisschoenen zijn geschikt voor jou? En welk racket past het beste bij jou tennisspel? Kijk eens naar je sportkleding, is deze wel functioneel, geeft het genoeg bewegingsvrijheid?

Het tennisracket
Hieronder tref je uitvoerige informatie over alles waarmee je rekening kunt houden bij de aanschaf van een tennisracket
- Algemene informatie
- De factoren van een tennisracket
* het materiaal
* bladgrootte racket
* het profiel van het racket
* de lengte van het racket
* het gewicht van het racket
* de balans (gewichtsverdeling) van het racket
* de dikte van de grip
- Bespanning van het racket
- Racketkeuze voor jeugdigen
- Trillingsdemper
- Extra aandacht bij een armblessure
- Tennisballen
* pressureless tennisballen
* pressurised tennisballen

*Algemene informatie
Blessures ontstaan doordat de belasting op een bepaald lichaamsdeel de belastbaarheid van dat lichaamsdeel gedurende kortere of langere tijd overschrijdt. De balans is verstoord, met een blessure (bijvoorbeeld spierscheur, peesontsteking, enkelbandletsel of breuk) tot gevolg.
Een dergelijke blessure is te voorkomen c.q. te minimaliseren door de belastbaarheid te vergroten, of de belasting te verlagen.
Het racket, de bespanning en de ballen die bij het spelen gebruikt worden, kunnen een belangrijke rol spelen bij het voorkomen c.q. reduceren van armblessures, omdat ze de belasting op de pols, onderarm en elleboog kunnen verlagen. Wanneer u de diverse kenmerken van rackets, snaren en ballen kent en daarmee ook de facetten begrijpt die van invloed zijn op blessures, kunt u een prima keuze maken bij de aanschaf van een nieuw racket bijvoorbeeld.
Zoals het tennisspel een evolutie heeft doorgemaakt, zo heeft ook het tennisracket een ontwikkeling doorgemaakt. Het tennisspel werd (en wordt) steeds aanvallender, waarbij steeds lichtere en beter hanteerbare rackets worden gevraagd. Vorm, afmeting, gewicht en materiaal zijn de laatste jaren ingrijpend veranderd. Deze ontwikkeling heeft zich eigenlijk pas in de zeventiger jaren afgespeeld toen ook het oversized blad werd geïntroduceerd. Nu zien we echter dat de ontwikkeling naar oversize voorbij is en dat midsize de algemeen geaccepteerde bladvorm is. Naast deze ontwikkeling in vorm heeft zich tegelijkertijd een ontwikkeling in materiaal voorgedaan. Vanwege de grote verscheidenheid in vormen en materialen is het kiezen van het juiste racket een persoonlijke zaak. Een racket zal qua constructie, samenstelling en speltype helemaal bij iemand moeten passen, terwijl het ook aangenaam hoort te spelen. Met name deze laatste opmerking is van belang aangezien men niet optimaal kan spelen als men niet aangenaam speelt met een racket.

*Hoe kies je een geschikt racket?
Grofweg kunnen rackets worden verdeeld in twee uitersten: POWER óf CONTROLE.
Daartussen ligt een groot gebied met rackets die iets meer power hebben en iets minder controle of andersom. Daarnaast wordt het COMFORT de laatste jaren steeds belangrijker. Maar welke eigenschap hoort nu bij welk type speler?
Over het algemeen kan je stellen dat gevorderde tennissers beter een racket met veel controle kiezen en beginners/recreanten beter uit de voeten kunnen met een racket met veel power.
Op een hoger niveau heb je een racket nodig met 'normale' lengte, een zo klein mogelijk blad, een smal frame, zwaar en dan wel handleweight, zodat je mooie lange slagen kunt maken. Want goed raken doe je de bal toch al en 'Power' ontwikkel je dan door je slag. Deze rackets zijn doorgaans minder comfortabel.
Op een lager niveau heb je echter juist een racket nodig met allerlei technische snufjes (o.a. groot blad, licht gewicht, stijf, makkelijke handling, comfort) die voor jou het spel makkelijk maken, zodat tennissen plezier wordt en blijft. Met het verkeerde racket of een 'afdankertje' van een 'aardige' kennis leer je het nooit of moeilijk en is de kans dus groot dat je al snel afhaakt of last van een tennisarm krijgt. Koop dus géén goedkoop racket maar een racket wat bij je past!

De volgende factoren zijn van invloed op de eigenschappen van het racket:
• het materiaal
• bladgrootte
• stijfheid
• lengte
• gewicht
• balanspunt
• gripmaat
• bespanning
• snaar


1.het materiaal
Hout is heel lang de grondstof geweest waarvan rackets werden gemaakt. Kenmerken van houten rackets zijn een goed balgevoel en een goede trillingsdemping. De fabricage is echter zeer arbeidsintensief, waarbij verschillende lagen hout aan elkaar gelijmd worden. Tegenwoordig worden nog weinig houten rackets vervaardigd, welke bovendien vrijwel allemaal verstevigd zijn met carbonfiberlagen. Het eerste nieuwe materiaal dat algemeen (naast hout) gebruikt werd voor het maken van rackets is aluminium. Het is redelijk goedkoop en vrij eenvoudig tot een racket te verwerken. Het basisprofiel dient alleen in de juiste vorm te worden gebogen. Aluminium is stijf en licht, waardoor het uitstekend hanteerbaar is en goed geschikt voor aanvallend spel. Een groot nadeel is echter de vrijwel onbelemmerende doorgave van trillingen aan de hand. Derhalve is een aluminium racket niet erg comfortabel en zal eerder kans geven op een blessure als bijvoorbeeld de tennisarm. De beste keus is een kunststof (graphite-composite) racket. De huidige basis van kunststof rackets bestaat meestal uit een graphite/glasfiber combinatie, waarbij dan andere stoffen, zoals bijvoorbeeld kevlar of boron toegevoegd worden. Veel van de gebruikte kunststoffen komen uit de luchtvaart/ruimtevaart en zijn vrij duur, maar ook heel licht. Kevlar bijvoorbeeld is taai en licht, waardoor het racket minder snel zal breken. Het heeft een goede trillingsdemping en wordt om die reden bijvoorbeeld ook gebruikt in kogelvrije vesten. Boron maakt het racket extreem stug, is erg sterk en vrij licht. Graphite is licht en kwetsbaar, maar heeft goede trillingsdempende eigenschappen en is het meest gebruikte materiaal. Glasfiber is flexibel.
Samengevat: de manier waarop en mate waarin bepaalde stoffen in het racket zijn verwerkt, bepalen de mate waarin het racket licht, krachtig en sterk is en een goede trillingsdemping heeft. Vraag dus om advies in de sportzaak.


2. bladgrootte racket

De bladgrootte wordt aangeduid in cm2 (of square inches).
Afhankelijk van de bladgrootte wordt ook de aanduiding Mid (550-600 cm2), MidPlus (600-660 cm2),OverSize (660-740 cm2) en OversizePlus gebruikt.
Een racket met een groter racketblad zal minder snel draaien in de hand, wanneer een bal buiten het midden van het blad wordt geslagen. Dat betekent dat het racket wint aan stabiliteit wanneer het blad wordt vergroot. Een beginner die de bal vaak niet in het midden raakt, zal kunnen profiteren van deze toename in stabiliteit. Dat het voordeel van de toename in stabiliteit bij een groot blad (oversize) automatisch zou leiden tot betere resultaten is echter inmiddels achterhaald. Gebrek aan balgevoel, coördinatie en techniek worden door een groter raakvlak niet gecompenseerd; van technische vooruitgang kan derhalve geen sprake zijn. Dit alles is van belang omdat zowel een juiste techniek als een goed bij de speler passend racket de kans op blessures doet verminderen. Elk racket heeft een bepaald gebied waar de schok die de bal veroorzaakt wanneer hij het racket raakt, het minste is. Dit gebied noemt men de sweetspot. Eigenlijk is er niet een, maar zijn er drie sweetspots. Deze overlappen elkaar. Het percussiepunt is de plaats waar de eerste schok op de hand minimaal is; het trillingsknooppunt de plaats waar de daaropvolgende hinderlijke trillingen die de arm en hand voelen, minimaal zijn; en de maximale terugslag coëfficiënt is de plaats waar de bal met maximale snelheid van de snaren springt. De grootte en plaats van de sweetspot is afhankelijk van de verdeling van het gewicht van het racket, de flexibiliteit en de grootte en vorm van het blad. Over het algemeen geldt: hoe groter het blad, hoe groter de sweetspot en hoe kleiner de kans om de bal off-center te raken. Het off-center raken van de bal heeft controleverlies als gevolg, verlies van balsnelheid maar zeker ook eerder vervelende pijn in de slagarm. Daarom is het bij een tenniselleboog of andere armproblematiek verstandig om geen klassiek tennisblad te kiezen, maar het liefst een midsize racket of anders een oversize racket.
>> Een groter bladformaat
• geeft meer power
• heeft een grotere sweetspot
• geeft meer stabiliteit
• geeft meer comfort
• geeft minder controle
• geeft minder precisie

3. het profiel van het racket
De stijfheid van een racket(frame) wordt door een RA-index weergegeven. Meestal worden de volgende aanduidingen gebruikt met de navolgende marges:
• RA 55 - 60 = flexibel
• RA 61 - 65 = medium flexibel
• RA 66 - 70 = stijf
• RA 71 en hoger = zeer stijf
De samenstelling en het profiel van het frame beïnvloeden de flexibiliteit van het racket.
Het is geen algemene regel dat smallere frames flexibeler zijn dan bredere frames. U moet altijd rekening houden met de samenstelling van het frame. Wedstrijdframes zijn over het algemeen minder flexibel vanwege het gebruikte materiaal, maar hebben toch een smallere profielhoogte.
De flexibiliteit van het frame heeft vooral invloed op de shockimpact en de balcontrole.
Flexibele frames hebben een lagere shockimpact en geven minder balcontrole dan stijvere rackets.
Schok en trilling zijn zgn. omgekeerd evenredig aan elkaar. Een stug racket geeft een grotere schokimpact, maar minder trillingen. Een flexibel racket geeft een kleinere schokimpact, maar meer trillingen.
Een flexibel racket verliest kinetische energie, doordat het racket langzamer terugbuigt dan de snaren. Door deze veerkracht is een flexibel racket veel armvriendelijker dan een stijf racket, met name bij off-center geslagen ballen. Een goed compromis is een racket met een stijf racketblad en een flexibele schacht. Flexibiliteit op deze plaats tast de kracht van het racket het minst aan, terwijl het racket toch meegeeft bij verkeerd geslagen ballen.
>> Een stijver racketframe
• geeft meer power
• heeft een grotere sweetspot
• geeft meer schokimpact
• geeft minder trillingen
• geeft een meer uniform balrespons over het gehele snaaroppervlak
• heeft minder impactsterkte
Een flexibeler racketframe
• geeft minder schokimpact
• geeft meer trillingen
• geeft minder controle
• heeft meer impactsterkte (breukbestendig)

4. de lengte van het racket
De lengte van het racket wordt uitgedrukt in cm.
Gangbaar zijn de volgende lengtes.
• 68,5 cm = normale lengte
• 69,5 cm = iets langer
• 70,0 cm = nog iets langer
• 71,0 cm = langer (maximale lengte)
Tennisrackets hebben reeds gedurende lange tijd een standaardlengte, maar sinds een aantal jaren zijn er ook rackets in de handel die langer zijn. Deze long-bodies zijn ca. 4 cm langer en zouden volgens producenten daardoor meer power, controle en comfort bieden. Hoewel deze langere rackets daarnaast zorgen voor een beter bereik en de mogelijkheid om harder te serveren, neemt de manoeuvreerbaarheid echter behoorlijk af. De langere hefboom bij een long-body kan ook klachten geven en door de andere verdeling van het racket heeft u zeker in het begin de neiging de bal vaak off-center te raken. Bij elleboogklachten of andere armproblematiek niet kiezen voor een long-body.
Hoewel voor volwassenen de meeste rackets (vrijwel) dezelfde lengte hebben, zijn voor kinderen rackets in vele verschillende lengtematen in de handel. Vuistregel bij de aanschaf van een kinderracket is: "Als het kind goed rechtop staat en het racket normaal vast heeft aan de greep, de arm ontspannen naar beneden laten hangen. Raakt het einde van het racket de knokkel van de enkel, dan heeft het racket de juiste lengte" (zie verder racketkeuze voor jeugdigen).
>> Een langer racket geeft meer power, maar maakt het racket minder handelbaar
• geeft meer bereik (reach)
• geeft meer power
• heeft een grotere sweetspot
• geeft meer comfort
• geeft minder controle

5. het gewicht van het racket
Het gewicht van een racket varieert tussen de 275 en de 360 gram. De schok van de bal op het racket wordt niet in alle hevigheid aan de arm doorgegeven, maar wordt gedeeltelijk door het frame geabsorbeerd. Een zwaarder racket absorbeert door zijn grotere massa meer dan een licht racket en zorgt bovendien voor meer lange en vloeiende slagen. Het nadeel van een (te) licht racket is bovendien de neiging om vanuit de pols te slaan. De keuze voor het zwaarst mogelijke nog goed hanteerbare racket ligt voor de hand.
>> Een zwaarder racketframe (> 300 gram)
• geeft meer power
• trilt minder
• heeft een grotere sweetspot
• vereist een volledige swing (achterzwaai/uitzwaai)


Een lichter racketframe (<300 gram)
• is wendbaarder
• is comfortabler
• heeft een kleinere sweetspot
• vereist een korte swing

6. de balans (gewichtsverdeling) van het racket
Het balanspunt van een racket, dus de gewichtsverdeling, bepaalt voornamelijk (samen met de stijfheid en de bladgrootte) de speeltechnische eigenschappen van een racket.
Medium Balance: Het balanspunt ligt in het midden van het racket. Dit is meestal het geval bij de wat zwaardere controle rackets.
Top Weight: Het balanspunt ligt méér naar de top van het racket. Het gevolg van meer topweight is méér power.
Handle Weight: Het balanspunt ligt méér naar het handvat van het racket. Het gevolg van meer handleweight is méér handling en dus een betere manoeuvreerbaarheid van het racket.
Handle weight is elleboogvriendelijker dan top weight, omdat de hefboomwerking van het gewicht op de onderarmspieren dan het minste is.
Bij de huidige zéér lichte rackets wordt vaak gekozen voor topzware rackets voor het creëren van power. Topzwaar heeft in dat verband niet de 'nare' smaak van vroeger. Toen hadden de rackets namelijk ook nog een zeer hoog gewicht en werden daardoor moeilijk hanteerbaar.

7. de dikte van de grip
Het allerbelangrijkste aspect van de gripdikte is het feit of het racket comfortabel in de hand ligt. Een te kleine grip zal aanleiding geven om in de grip te knijpen, omdat de grip in de hand kan gaan draaien als de bal niet goed wordt geraakt. Wanneer de grip te groot is moet de grip eveneens stevig vast worden gehouden. In beide gevallen levert dit een gespannen slag op. Daarbij raakt de arm eerder vermoeid en kunnen elleboog- en polsklachten eenvoudig optreden.
Om de juiste gripmaat te bepalen bestaan twee methoden:
De vingerregel: Houd uw racket vast op een normale wijze, (platte grip / het blad staat dan geheel verticaal). met de vingers licht gespreid. Je moet dan je wijsvinger van de ander hand tussen de ruimte kunnen plaatsen van je ringvinger en je handpalm. Indien er niet genoeg ruimte is, dan is de grip te klein. Indien er meer ruimte is, dan is de grip te groot.
De handpalmmeting: Meet de afstand van de top van uw ringvinger tot de laatste
horizontale lijn in uw handpalm om de juiste gripmaat te verkrijgen. Indien u tussen twee
maten invalt, neem dan de grootste maat, om het risico van een tenniselleboog of een
andere blessure zo klein mogelijk te houden.Gangbaar zijn de volgende gripdiktes. 0, 1, 2, 3, 4, 5 (resp. 4, 4 1/8, 4 1/4, 4 3/8, 4 1/2, 4 5/8 inch=resp.10,16-10,48-10,80-11,11-11,43 en 11,75 cm).
Overigens speelt naast de gripdikte ook de oppervlakte van de greep een rol. Wanneer de grip te glad is, gaat het racket sneller draaien, waardoor eveneens de krachten op de arm toenemen. Naarmate de greep stroever is, is er minder kracht nodig om te voorkomen dat het racket in de hand draait. Het bij slijtage op tijd vervangen van vervangings- of overgrips is zeker een aandachtspunt.
Conclusie: Kies uw grip niet te klein, dan loopt u een verhoogd risico op blaren, doordat het racket makkelijker kan draaien in uw hand. Daarnaast is er door de verhoogde beweeglijkheid van de pols een toegenomen risico op peesontstekingen van de pols en de aanhechting aan de elleboog. Dit risico is er zowel bij een te kleine als bij een te grote grip. Bij een te kleine grip, om draaien van het racket te voorkomen. Bij een te grote grip omdat door de ongunstige anatomische stand de onderarmspieren sneller vermoeid raken.


Bespanning van het racket
Evenals het frame moet ook de bespanning afgestemd worden op de speelwijze en voorkeur van iedere speler.
De bespanning kan afgestemd worden door de keuze van bespankracht en
snaarsoort. Voor de bespankracht geldt:Hoe harder het racket is bespannen, des te minder veerkracht het racket heeft. Met een
harde bespanning kan minder kracht worden ontwikkeld. Het racket voelt aan als een
houten plank, waardoor de krachten die op de arm worden uitgeoefend groter worden.
Strakker gespannen snaren hebben wel meer grip op de bal en daardoor ontstaat grotere
controle. Ook vlakt de bal meer af op strakkere snaren, daardoor is het oppervlak dat de bal raakt groter, dus meer controle over de bal.
Hoe zachter het racket is bespannen, des te meer veerkracht het racket heeft en zodoende makkelijker een hoge balsnelheid wordt verkregen. Bij een zachte bespanning neemt de controle af. Een lage snaarspanning leidt namelijk tot het zogenaamde trampoline-effect. De bal schiet als het ware van het racket af en is daarom moeilijk onder controle te houden. En de slag wordt meer afhankelijk van de snelheid van de slag van de tegenstander; ook een reden waarom de eigen controle over de bal wordt verminderd. Als de bal niet in het midden van het blad wordt geraakt, dan hebben slappere snaren meer de neiging de hoek waarin de bal het racket verlaat te veranderen dan strakker bespannen snaren.
Let er wel op dat een snaarspanning van 28 kg. in een racket met een standaardafmeting hard aanvoelt bij het spelen, terwijl dezelfde snaarspanning in een "oversized" racket zacht aanvoelt!
Snaarspanning.
Snaarspanning wordt normaal gesproken uitgedrukt in "pounds" (lbs), waarbij één pound staat voor 0,448kg. * 9,8m/s^2 = 4,39 Newton.
lage spanning: onder 50lbs. of 23 kg. geeft de meeste power door optimale "trampoline-effect.
gemiddelde spanning: tussen 50 en 60 lbs. of 23 en 27 kg. geeft het beste compromis tussen power en controle.
hoge spanning: meer dan 60 lbs. of 27 kg. geeft veel controle en weinig power.
Deze spanning is vooral geschikt voor spelers met een hoge swingsnelheid en veel fysieke kracht.
>>bij lagere spanning, meer power,minder controle,hogere duurzaamheid,beter gevoel en minder trilling
>>bij hogere spanning, minder power,meer controle,mindere duurzaamheid,minder gevoel en meer trilling.

Soort snaren
Snaren zijn een van de belangrijkste componenten van een racket. Zij bepalen namelijk voor een groot gedeelte de speeleigenschappen. Hoewel veel spelers er vaak maanden over doen om een geschikt racket te vinden, wordt er vaak (te) weinig aandacht besteed aan de keuze van een snaar.
In het algemeen vallen er twee groepen snaarsoorten te onderscheiden de darmsnaren en de synthetische snaren.
Snaren van natuurlijke darm zijn via een ingewikkeld procede gemaakt van dierlijke darmen.
Darmsnaren geven over het algemeen een betere controle, betere veerkracht en vooral ook een betere trillingsdemping. Daarnaast zijn ze goed te vervangen per snaar. Nadelen zijn echter de hoge prijs en de korte levensduur.
De meeste professionele spelers spelen met natuurlijke darm.
Alle synthetische snaren hebben verschillende speeleigenschappen. De synthetische snaren met een multifilament constructie (zoals bijvoorbeeld olie gevulde snaren of grafietsnaren) spelen het meest aangenaam. Eigenlijk kan gesteld worden dat men probeert de speeleigenschappen van darmsnaren te bereiken met behoud van de specifieke kenmerken van synthetische snaren zoals een lange levensduur en vochtongevoeligheid.


Binnen de synthetische snaren bestaan een aantal groepen:
-Nylon snaren:
Dit zijn de meest gebruikte snaren. Deze snaren bestaan uit een centrale nylon kern met daaromheen verschillende beschermende vezels. Deze snaren geven een goede speelbaarheid maar door de lage prijs zijn ze toch geschikt voor spelers die veel snaren verbruiken.
-Multi-vezel snaren:
Om de eigenschappen van een natuurlijke darm zo dicht mogelijk te benaderen worden een groot aantal microvezels samengesponnen tot een enkele centrale snaar die daarna omwikkeld wordt met beschermende vezels.
Voordeel hiervan is een grotere elasticiteit en speelbaarheid.
Nadeel is dat de snaar snel kapot gaat vanaf het moment dat de buitenste beschermlaag geschonden is.
-Titanium snaren:
Kort nadat de titanium rackets de markt veroverden kwamen ook de "revolutionaire" titanium snaren op de markt.
Gebaseerd op het principe van de nylon of multi-vezel snaren werd titanium toegevoegd aan de beschermende buitenlaag om het materiaal te beschermen tegen UV-straling en slijtage, of het werd aan de centrale vezel(s) toegevoegd om de speelbaarheid te verbeteren.
-Polyester snaren:
Polyester snaren hebben een vrij simpele constructie: ze bestaan uit een enkelvoudige polyester vezel met daaromheen een dunne coating. Polyester snaren bestaan in verschillende diktes wat het mogelijk maakt te kiezen tussen elasticiteit en duurzaamheid.
Polyester snaren zijn weinig elastisch, geven veel kracht, goede duurzaamheid en zijn bestand tegen weersinvloeden.
Snaardikte.
Snaren bestaan er in verschillende diktes (gauges), die uitgedrukt worden in cijfers als 15, 15L, 16, 16L enz. De "L" staat voor light en kan gezien worden als een halve maat, ofwel 15L is gelijk aan 15,5.
dunne snaren: 1,25 tot 1,33mm. geven de meeste power met minder duurzaamheid van de speler die hard slaat. De beste keuze voor spelers die veel gevoel wensen.
medium snaren: 1,34 tot 1,40 mm. voor het beste compromis tussen power en duurzaamheid.
dikke snaren: meer dan 1,40 mm. voor een extreme duurzaamheid.
De prestatie is beperkt en deze snaar is daarom vooral geschikt voor de speler met een harde slag.
>>bij dunnere snaar, meer elasticiteit,lagere duurzaamheid,meer spin,beter gevoel en minder trilling.
>>bij dikkere snaar, minder elasticiteit,hogere duurzaamheid,minder spin,slechter gevoel en meer trilling.
Snaarpatroon.
Het gebruikte snarenpatroon is in eerste instantie afhankelijk van de grootte en de vorm van het blad van het racket.
Daarnaast zijn de lengtesnaren van invloed op de speeleigenschappen van het racket.
Bij 16 lengte snaren zijn de mazen tussen de onderlinge snaren groter dan bij 18 lengtesnaren.
Deze grotere mazen geven meer comfort maar zorgen er wel voor dat de snaren sneller slijten.
Meer lengtesnaren en dus kleinere mazen geven meer controle en minder slijtage.
Deze rackets zijn dus het meest geschikt voor gravelspelers en 'snarenslopers'.
Met minder snaren kan je gemakkelijker topspin ballen slaan.

TIPS
@Om de levensduur van uw snaren te verlengen is het van belang dat u ze niet bloot stelt aan extreme temperaturen of vochtigheid. Het is daarom van belang uw racket altijd in zijn hoes te bewaren.
@Snaren verliezen hun spanning, laat daarom je bespanning regelmatig vervangen.
Ten minste eens in de 1 a 1 ½ jaar.
Als vuistregel geldt, dat men het racket minimaal zo vaak in een jaar laat bespannen als men in de week speelt.


En verder…
Racketkeuze voor jeugdigen
Bij de keuze van een racket voor een kind is het niet verstandig om leeftijd te hanteren als maatstaf, maar dat er wordt uitgegaan van de lichamelijke eigenschappen en vaardigheden van het kind. Hierbij moet gedacht worden aan knijpkracht, het vermogen om een bal goed te kunnen werpen en met name het zwaaivermogen. Daarnaast tellen ook de factoren talent en balgevoel. Kinderen die van nature "gemakkelijk zwaaien" kunnen bijvoorbeeld sneller met een groter racket spelen. Zowel een te kort als een te lang racket, maar ook een te zwaar racket (massa of balans), kunnen dit zwaaivermogen behoorlijk "aantasten"; de natuurlijke zwaaibeweging wordt in negatieve zin beïnvloed. De elleboog van de slagarm en de bovenarm komen dichter naar de romp en het kind gaat duwen. Soms zie je ook een (gevoelsmatig) korter vastpakken van het te lange racket. De tennistrainer is de meest geschikte persoon om zijn jonge pupillen een racket "aan te meten". Het is beter om een pupil eerst met een testracket te laten spelen. Een "verkeerde racketaankoop" geeft veel kans op een minimaal leereffect


Trillingsdemper
Veel spelers voorzien hun racket van een rubberen inzetstukje (Vibratrap, nonvib etc.), geplaatst onder in het blad tussen twee lengtesnaren. Deze trillingsdemper wordt geplaatst met de bedoeling om de trillingen van het racket (gedurende balcontact) te verminderen. Uit onderzoek blijkt echter dat een dergelijke demper alleen de trillingen vermindert bij een zogenaamde "precisieslag". Wanneer de echter buiten het midden wordt geraakt, is de invloed van de demper te verwaarlozen. Het is dan ook discutabel of de trillingsdempers nut hebben als het gaat om het voorkomen van een tenniselleboog.

Tennisballen
Er zijn twee soorten tennisballen met elk hun specifieke speeleigenschappen en wel:
1. pressureless tennisballen (drukloze tennisballen)
2. pressurised tennisballen (gasgevulde tennisballen)
1. pressureless tennisballen
Zoals de naam weergeeft staat deze bal niet onder druk. De stuiteigenschappen komen voort uit de dikte en de soepelheid van het gebruikte rubber. Voordelen van dit type bal is het langer kunnen gebruiken van deze bal. De stuithoogte blijft langer constant omdat deze bal immers geen druk kan verliezen. Maar net als de pressurised bal is er de beperkte levensduur van het vilt; als de bal eenmaal aan de kale kant is geworden, dan is hij niet meer geschikt om mee te tennissen. Nadeel van de pressureless bal is het "zwaardere karakter van deze bal. De stuitkracht ligt immmers in het dikkere rubber. Dit maakt de bal minder comfortabel en zal de kans verhogen op een tennisarm of schouderblessure. Veelal worden pressureless tennisballen voor trainingen gebruikt.
2. pressurised tennisballen
Een pressurised tennisbal staat onder druk en de stuiteigenschappen komen voort uit deze inwendige overdruk. De pressurised tennisbal wordt veelal gebruikt voor competitie en (internationale, nationale) toernooien. Voordelen van de pressurised tennisbal zijn de uitstekende stuiteigenschappen en een aangenaam, comfortabel gevoel. Deze bal is merkbaar minder "zwaar" om mee te spelen. Nadeel is het feit, dat de bal langzamerhand zijn druk verliest. Bij elleboog- of schouderklachten kunt u beter een gasgevulde tennisbal kiezen dan een drukloze tennisbal.
Naast een goede racket- en balkeuze speelt ook de ondergrond waarop getennist wordt een rol. Een snellere ondergrond zoals kunstgras of hardcourt geeft een hardere bal op het racket dan een tragere ondergrond, zoals bijvoorbeeld gravel. Het tennissen op een natte gravelbaan, waardoor de ballen zwaarder worden, heeft hetzelfde effect.

Tennisschoenen
Niet alleen de keuze van je tennisracket kan blessures voorkomen. Er zijn nog meer zaken die veel leed kunnen besparen. Denk maar eens aan geschikte tennisschoenen. Schoenen die bij de ene tennisser prima zitten, kunnen bij de ander totaal niet geschikt zijn. Ook nu blijft het van belang je door een deskundige te laten informeren.
Een tennisschoen moet zorgen voor:
stabiliteit, schokdemping, grip, compensatie van een afwijkend voetafwikkelpatroon, bescherming, feeling met de ondergrond, optimaal draagcomfort.
Hieronder enkele tips die van belang zijn bij de aanschaf en het gebruiken van nieuwe tennisschoenen. Sommige punten lijken vanzelfsprekend, maar onbelangrijk zijn ze zeker niet!
1. Let op een stevige contrefortkap (hielkap) en een achillespeesbeschermer
2. Let op de aanwezigheid van een kuipzool-constructie
3. Let bij het passen op de goede pasvorm en maat
4. Voldoende aantal zadels voor de zijwaartse stabiliteit
5. Goede kwaliteit van de tussenzool, slijtzool en eventueel de inlegzool
6. Het belang van de vetering bij het strikken van de tennisschoenen

1. Let op een stevige contrefortkap (hielkap) en een achillespeesbeschermer
De contrefortkap bevindt zich in het hielgedeelte van de schoen. Om precies te zijn tussen de voering en het buitenwerk. Een goede contrefortkap is gemaakt van glasfiber-achtig materiaal. Hierdoor geeft deze het hielgedeelte van de schoen veel stevigheid. Dit heeft weer als voordeel dat je hiel beter in de schoen wordt gefixeerd. Of een tennisschoen een goede contrefortkap heeft kun je testen door je duim tegen de achterzijde van de contrefortkap te zetten (ongeveer 1 cm boven de overgang bovenschoen en slijtzool) en deze probeert in te drukken. Dit indrukken moet bij een goede contrefortkap niet of nauwelijks mogelijk zijn. Een achillespeesbeschermer boven de kap is belangrijk. Dit is een zogenaamd "snuitstuk" wat soepel moet zijn om geen wrijving van de achillespees tegen de rand van de schoen te krijgen.
2. Let op de aanwezigheid van een kuipzool-constructie
Elke tennisschoen behoort een kuipzool-constructie te hebben. Dit wil zeggen dat de slijtzool een soort kuipvorm heeft waar de bovenschoen invalt. Hierdoor kan de bovenschoen moeilijk naar binnen of buiten bewegen. Met name de buitenzijde van de tennisschoen behoort zo'n kuip-constructie te hebben. Dit vanwege het feit dat je als tennisser veel uitvalspassen naar buiten maakt, met name ter hoogte van de voorvoet. Een tennisschoen heeft dus veel meer zijwaartse stabiliteit nodig dan een loopschoen. Of een tennisschoen een goede kuip- constructie heeft, test je door de schoen aan te trekken en vervolgens een zijwaartse uitvalspas te maken. De bovenschoen moet dan recht op de slijtzool blijven staan. Je mag dus niet met de bovenschoen over de slijtzool heen gaan hangen. Indien dit wel gebeurt verhoogt dit de kans op een eventueel omzwikken of verstappen aanzienlijk.
3. Let bij het passen op de goede pasvorm en maat
Zorg dat je de schoenen bij voorkeur aan het einde van de dag past (dan zijn de voeten wat dikker) en wel met de tennissokken waarmee je normaal ook tennist. Het is verstandig om beide schoenen te passen, omdat de grootte van de linker en rechter voet nogal eens verschilt.
Het is ook goed om verschillende merken te passen om zo de tennisschoen te kunnen kiezen met het meest optimale draagcomfort. Niet het merk tennisschoen dat op dat moment in de mode is, maar het type voet (breed of smal, platvoet of holvoet etc.) behoort doorslaggevend te zijn bij de keuze van de juiste tennisschoen.
Een goede maat wil zeggen dat de schoen qua lengte niet te groot maar zeker ook niet te klein mag zijn i.v.m. knellen. Voor de goede lengte behoor je, indien de hiel goed achterin de schoen zit, aan de voorzijde ongeveer 5 mm "over" te hebben. De schoen behoort in de breedte goed aan te sluiten. Of je tennisschoen de goede lengte heeft test je als volgt: allereerst voel je of je in stand inderdaad 5 mm "over" hebt. Daarna check je of je de tennisschoen goed dicht hebt geveterd. Als alles goed zit, doe je een uitvalspas recht naar voren. Indien de schoen goed zit, schuiven de tenen niet voor tegen de schoenrand. Is dit wel het geval dan is de schoen of te breed of te klein.
4. Voldoende aantal zadels voor de zijwaartse stabiliteit
Zadels zijn onrekbare baleinen die de schoen in de breedterichting ter hoogte van de wreef stabiliteit geven. Dat wil zeggen dat zij ervoor zorgen dat je in zijwaartse richting op de schoen blijft staan en dat de schoen niet teveel uitdijt. Dit laatste is een bekend vervelend verschijnsel dat de pasvorm van de schoen niet ten goede komt. Hoe meer zadels er op een schoen zitten des te stabieler is de schoen in zijwaartse richting. Afhankelijk van de intensiteit waarmee je speelt (hoe vaak en hoe lang) zullen er meer of minder zadels op een schoen moeten zitten. Als grove vuistregel mag je aannemen: 3-4 zadels voor een loopschoen, 5-7 zadels voor een tennisschoen. Het moge duidelijk zijn dat een tennisser die regelmatig traint en competitie speelt een tennisschoen kiest met voldoende zadels. Evenals een tennisser die frequent zijn enkel omzwikt. Ook hij/zij is gebaat met een tennisschoen met genoeg zadels voor de zijwaartse stabiliteit.
Het aantal zadels op een tennisschoen kun je zelf testen; zadels lopen dwars over de schoen, dus loodrecht op je wreef (vergelijk de drie Adidas strepen) en lopen onder de schoen door. Ter hoogte van de voorvoet behoort er altijd een zadel te zitten en ter hoogte
van het hoogste vetergaatje ook. De andere zadels moeten zich hier tussenin bevinden en vaak lopen deze dan in het verlengde van de vetergaten.
5. Goede kwaliteit van de tussenzool, slijtzool en eventueel de inlegzool
De zool van de schoen moet een buigpunt hebben onder de bal van de voet. Schoenen met het buigpunt onder het midden van de voet zijn niet goed.
De tussenzool moet genoeg demping geven en ook laag zijn voor voldoende stabiliteit.
De slijtzool van een tennisschoen hangt af van de ondergrond waar op gespeeld wordt.
Tennissen op tapijt: de slijtzool heeft geen profiel, de slijtzool is een gladde zool
Tennissen op gravel: de slijtzool bestaat uit een soort visgraatprofiel en een draaicirkel of flexzones (i.p.v. draaipunt). Dit profiel is belangrijk bij het draaien en afzetten op de gravel
Tennissen op kunstgras: hierbij zie je de grootste verschillen in wrijvingscoëfficiënt afhankelijk van materiaal en onderhoud baan (veel of weinig zand op het kunstgras?).
De beste slijtzool voor deze ondergrond is een hard rubberen zool met visgraatprofiel of soort wafelprofiel. Met deze zool kun je ook op gravel spelen. De laatste tijd zie je steeds meer deze schoenen omdat je met een paar van deze schoenen zowel op gravel als kunstgras kunt tennissen.
In verschillende goede tennisschoenen bevinden zich inlegzolen die je eruit kunt halen. Met name voor een betere ventilatie is het belangrijk dat je deze na het sporten uit de schoen verwijdert, zodat ze kunnen luchten. Ook om een eventuele slijtage onder de voorvoet te constateren is het handig de inlegzool frequent te verwijderen. Als je de inlegzool compleet uit de schoen haalt kun je het beste zien of de inlegzool "op" is. Je kijkt dan of je ergens door de toplaag van de inlegzool heen bent gegaan. Is dit het geval dan moet je de inlegzool vernieuwen. Daarnaast kijk je of de dikte van de zool nog overal gelijk is. Zijn er grote verschillen waarneembaar (met name onder de grote teen) dan dient ook de inlegzool te worden vervangen.
Neem je oude tennisschoenen mee bij het kopen van nieuwe tennisschoenen. Deze geven vaak veel bruikbare informatie: Waar is de zool het meest afgesleten? Waar gaat de schoen het eerst kapot? Etc. Ook is het verstandig je eigen inlegzolen mee te nemen als je ze in je tennisschoenen gebruikt.
6. Het belang van de vetering bij het strikken van de tennisschoenen
Hoe meer vetergaten er op een tennisschoen zitten, des te beter zal de fixatie van wreef in de schoen zijn. Er dienen minimaal 5 vetergaten per kant aanwezig te zijn. Verder kun je door gebruik van de lusvetering ervoor zorgen dat de druk ter hoogte van de wreef verlaagd wordt.
Hoe gaat de lusvetering in zijn werk?
Veter de schoen van onder uit door middel van de kruismethode. Doe dit tot het een na laatste gaatje. Daarna ga je aan dezelfde zijde omhoog en vetert van buiten naar binnen. Hierdoor ontstaat een lus. Dit doe je aan beide zijden. Daarna haal je de veter door de lus van de andere zijde. Trek de lussen strak en veter de schoen verder af. Door de lus komt de knoop veel lager op de wreef te liggen terwijl de schoen wel hoog wordt aangetrokken. Tevens wordt de druk beter verdeeld door het gebruik van twee vetergaten in plaats van een. Wanneer dit te ingewikkeld lijkt (!), kun je er in ieder geval wel voor kiezen om de veters kruislinks te strikken i.p.v. steeds horizontaal. Je krijgt dan een soort braceconstructie: voet en schoen sluiten perfect aan!
Denk aan het losmaken van de veters bij het uittrekken van de tennisschoenen. Uit gemakzucht wordt dit nogal eens achterwege gelaten. Helaas gaat dit ten koste van de stabiliteit omdat de zadelconstructie hierdoor slechter wordt.

Tennis(sport)kleding
Tegenwoordig is kleding niet alleen maar functioneel, het moet ook enigszins modieus zijn. Voor tennissers geldt hetzelfde, maar het modieuze mag niet de overhand nemen. Een extreem voorbeeld wat u ongetwijfeld kent zijn de spannende "pakjes" van Koernikova en de zusjes Williams. De functie van tenniskleding is het opnemen van transpiratievocht, zodat het lichaam bij inspanning zijn overtollige warmte kwijt kan. Lukt dit niet, bijvoorbeeld bij afsluitende nylonkleding, dan kan de tennisser last krijgen van de warmte. De huid wordt meer doorbloed in een poging de extra warmte af te geven en de spieren worden relatief minder doorbloed; de prestaties kunnen dan ook duidelijk achteruit gaan.
T-shirts
Katoen is een vezel dat vocht zeer goed opneemt; het nadeel is het krimpen in de was en het uit model raken van de tenniskleding. Daardoor zijn tegenwoordig nieuwe kunststofmaterialen ontworpen die of de katoeneigenschappen benaderen of die worden verwerkt samen met katoen. Kleding van deze kunststofmaterialen is aan te bevelen.
Veel shirts hebben badstof aan de lichaamskant en een kunstvezel aan de buitenkant voor het modieuze. Nadeel is dat het transpiratievocht in het shirt trekt en daar blijft. Het gevolg is een zwaarder wordend, plakkend shirt aan het lijf dat de bewegingen belemmert. Daardoor kan het lichaam toch weer teveel afkoelen en kouvatten.
Een nieuwe vinding is een shirt waarbij het transpiratievocht direct naar de buitenlaag wordt getransporteerd, waarbij de laag op de huid redelijk droog blijft en het vocht aan de buitenkant kan verdampen.
Trainingspakken
Ook de huidige trainingspakken zijn een verzameling van verschillende kunstvezels en katoen. De vochtopname is daarbij goed en wanneer men even stilstaat koelt men niet te snel af.
Sokken
Ook bij sokken is de belangrijkste functie de opname van transpiratievocht. Om die reden wordt er in sokken over het algemeen veel katoen verwerkt. Daarbij worden combinaties gemaakt met nylon, lycra en polyester voor de pasvorm. Sokken met gaten of sokken die zijn gestopt, moeten niet meer tijdens het tennissen worden gedragen; de kans op blaarvorming is dan erg groot.
Na het tennissen is het verstandig om een droog shirt en droge sokken aan te trekken. Je verkleint hiermee de kans op spierproblemen of om een kou op te lopen.
Tot slot is het uiteraard zo dat kleding ook "lekker moet zitten". Een ruime bewegingsvrijheid is van belang.

Extra aandacht bij een armblessure
Een speler met een armblessure is uiterst gevoelig voor de juiste keuze van frame, snaar en bespankracht. Een "comfortabele" botsing tussen bal en bespanning, een gemakkelijke balversnelling en een zeer goede trillingsdemping zijn van belang. Daarnaast zijn een juiste gripmaat en een stroeve grip belangrijk, zodat minimale "knijpkracht" voor een ontspannen arm kan zorgen. Een flexibel frame zorgt voor een lang balcontact en dus voor een zachte botsing. Bovendien geeft een flexibel frame het trillen van de bespanning minder door aan de handgreep. Een zachte bespanning in combinatie met een dunne snaar met een goede veerkracht geeft veel balsnelheid, waardoor weinig kracht nodig is om de bal te retourneren.